Van der Helstplein, sinds 1921

Meer geschiedenis van het plein is te zien op de tentoonstelling in de Oranjekerk, van 29 mei tot eind augustus, open op elke dinsdag, woensdag en donderdag van 10-15u, en op de zaterdagen en zondagen van 14-16.30u gedurende de feestweken (29 mei tot 13 juni).

Het is moeilijk voorstelbaar, maar aan het begin van de 20ste eeuw tot ongeveer 1920 ligt de zuidgrens van Amsterdam bij de Rustenburgerstraat. Daarna zijn er slechts polders, sloten en weilanden.

Met de bouw van het Van der Helstplein begint de volgende uitbreiding van de stad. Als eerste is de westzijde van het plein gebouwd. In 1917 worden deze woningen in de Telegraaf aangeboden voor 400 gulden, per jaar wel te verstaan (omgerekend ongeveer 15 euro per maand). 

In 1921 is ook de oostgevel klaar en is het Van der Helstplein een echt plein. Deze oostgevel is ontworpen door architect Piet Kramer en wordt gezien als een vroeg voorbeeld van de Amsterdamse School architectuur. De hele wand heeft een monumentenstatus. Bezoekers van over de hele wereld komen naar het plein om dit kunststukje te zien.

Bomen staan er vanaf het begin, maar of dit de platanen zijn van nu, daarover verschillen de meningen. Zeker is dat het er in de beginjaren minder zijn. Het plein, met aan beide zijde een smalle straat voor de winkels langs, is in die eerste jaren opvallend leeg. In de loop van de tijd komt er wat straatmeubilair. Zoals een urinoir (een ijzeren ‘krul’), die in 1932 het veld moet ruimen voor een publieke telefooncel. En een ‘peperbus’ aan de noordzijde, die daar ruim tachtig jaar heeft gestaan en pas enkele jaren geleden is weggehaald, tot verdriet van sommige bewoners.

Op het plein en in de Tweede van der Helststraat zijn aan beide zijde winkels met vaak snelle wisseling van nering: De Gruyter, een wolwinkel, bakker, chocolaterie, schoenmaker, apotheek … Op het plein staat ook ambulante handel, zoals een haringkar en een bloemenman (‘ome Piet’) die blijkens een nieuwsbericht in 1937 een vervelend ongeluk overkomt.

Het Van der Helstplein is in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw bekend verzamelpunt, onder meer voor de socialistische jongerenorganisatie AJC. In 1933 vertrekken de jong socialisten vanaf het plein om in de RAI te gaan demonstreren tegen het fascisme: ‘vlaggen meenemen!’.

In de oorlogsjaren 1940-1945 zijn op vier adressen op het Van der Helstplein in totaal zeven joodse Amsterdammers uit hun huis gehaald, op transport gezet en vermoord door de Duitsers. Slachtoffer van de bezetters werd ook verzetsman Jan Willem van Randen, die op 15 III woonde. Hij werd opgepakt en gefusilleerd op het Weteringplantsoen.

Sinds vele jaren is het Van der Helstplein op 4 mei ’s avonds het startpunt voor een stille tocht naar Van Woustraat 149 om daar de slachtoffers te herdenken van de Duitse bezetting.

In 1949 is de buurt uitgelopen voor de wielerronde van Amsterdam-Zuid, die over het Van der Helstplein komt. Maar vaak is het iets stiller op het plein.

De auto verovert de straten in de jaren zeventig en tachtig. Het plein is bijna verdwenen, gereduceerd tot een smal eiland tussen het vele blik, met aan de ene kant de telefooncel en aan de andere kant de peperbus.

De buurtjongens hebben maar weinig ruimte nodig om te voetballen. Rechts op de achtergrond, op de hoek van de Rustenburgerstraat, is het uithangbord te zien van cafetaria Valentino. Begin jaren zestig opent Valentino als een Italiaanse ijssalon. Vele jaren en vele eigenaren later heeft deze zaak nog altijd dezelfde naam. 

In 1989 schrijft en tekent Peter van Straaten in Het Parool in een serie getiteld ‘De raadselachtige pleinen van Amsterdam’ over het Van der Helstplein: ‘Toen ik pas in Amsterdam woonde, zo’n 35 jaar geleden, zei iemand mij: “Je moet eens naar het Van der Helstplein gaan kijken, als je je ogen half dicht doet is het net of je in Parijs bent”. Dat is nu nog steeds zo. Dat komt natuurlijk door die indrukwekkende platanen, in combinatie met de parasols op de terrassen. Een plein met veel sfeer bij een vluchtige beschouwing, maar je moet nergens te dichtbij komen, dan is de betovering weg.’

Op de tekening onder andere een bloemenstal, café Quibus (ook wel Kwiebus) en jongerencentrum Leefop (annex coffeeshop) op de hoek met de Karel du Jardinstraat.

Bloemenman Chris heeft meer dan dertig jaar op het plein staan, meestal tegenover café Kwiebus; volgens de overlevering zat hij meer in het café dan bij zijn stal.

In 1989 worden plannen van het stadsdeel om de platanen te kappen door buurtbewoners tegengehouden en zij dwingen een opknapbeurt af. Het plein krijgt de inrichting zoals we die nu kennen, met maar één doorgaande straat voor auto’s. Het plein is opeens weer een plein, vooral omdat er zoveel ruimte is.

Die ruimte schept gelegenheid voor film-, toneel- en muziekvoorstellingen, welke vooral in de jaren negentig werden georganiseerd in samenwerking met bioscoop Rialto en het Van Ostadetheater.

In de jaren 80, 90 en nul heeft het plein ook een slechte reputatie: café Fort Knox, later de Koperen Papegaai, nog later La Pipe, is naar verluidt de pleisterplek van de Joegoslavische maffia. Een allerlaatste oprisping daarvan is een granaat die in 2014 bij eetcafé Belle Sud (zelfde pand) naar binnen wordt gegooid.

Door de jaren heen zijn winkels verdwenen en is de horeca het plein gaan domineren, vooral de laatste jaren zichtbaar door de groeiende ruimte voor terrassen; overdag is het plein verlaten en ’s avonds levendig tot druk. Dat laatste levert met kerstlichtjes erbij feeërieke plaatjes op.

Behalve met terrassen is het plein ook volgelopen met fietsen(rekken), afvalcontainers en geparkeerde auto’s. De geschiedenis lijkt zich te herhalen. Wat begon als een open plein in de jaren twintig raakte in de loop van de decennia overvol; bij de herinrichting van begin jaren negentig werd het plein weer leeggeveegd en werd begonnen met een schone en lege lei. In de bestrating kwam een kunstwerk van lichtjes. Dertig jaar jaar later is daarvan weinig meer zichtbaar.

Met dank aan Tony van der Tas